Herstelfase, week 5

Maandag had ik een afspraak bij de huisarts. Mijn ziektebriefje van 4 weken verloopt einde deze week en ik ben toe aan een verlenging van mijn ziekteverlof. Daarna zou ik naar mijn school bellen om te laten weten met hoeveel weken mijn ziekteverlof nog werd verlengd, zodat zij op hun beurt voor een interim konden zorgen.

Hoewel ik een goede nachtrust had gehad, stond ik die ochtend te trillen op mijn benen. En dat bedoel ik zeer letterlijk: lijkbleek, trillen over mijn hele lichaam, bevende handen, bevende stem. Allemaal omdat:

- Ik toch elke keer weer bang ben dat de huisarts zegt dat het nu welletjes is geweest en dat ik terug moet gaan werken. Wat onzin is: zowel ikzelf, de psycholoog en de huisarts zelf hebben niet veel tijd nodig om in te zien dat werken vooralsnog geen optie is. Toch kan mijn gezond verstand mijn angst niet onderdrukken.

- Ik moest bellen met het werk. Het contact met de plaats waar ik kopje onder ben gegaan, is voldoende om het angstzweet te doen uitbreken. Die uitdrukking begrijp ik nu perfect: na zo'n telefoontje kan ik een ander T-shirt gaan aandoen en het vorige te drogen hangen vooraleer het in de wasmand gaat.

Na de middag, toen dit alles achter de rug was, kwam de reactie: vermoeidheid. De spanning was eraf dus de vermoeidheid en hoofdpijn sloegen toe. Al wat slimmer dan enkel weken hiervoor, heb ik het bereiden van het avondeten én de afwas overgelaten aan mijn man en zoon. Rust was een absolute noodzaak.

Tijdens het afwassen hoorde ik hoe mijn man aan onze zoon vertelde over hoe ik die voormiddag had gebeefd en getrild en hoe bang ik was geweest voor zoiets simpels als een doktersbezoek en een telefoontje. Waarop onze zoon onmiddellijk zijn handdoek neergooide, naast me in de zetel kwam zitten, me een dikke knuffel gaf en ondertussen fluisterde: 'Ik vind het zo erg voor jou dat je zo lang ziek bent. En ik vind het ook erg dat je een burn-out hebt. En ik vind het ook erg dat je zo stond te trillen op je benen vanmorgen.'

Ik geef toe: dat deed deugd. Een spontane knuffel van een puber, dat is toch een zeldzaamheid. Hoewel zijn hart absoluut op de juiste plaats zit. De tranen prikten achter mijn ogen.

Maar mijn zoon zou mijn zoon niet zijn als hij zelfs hier geen open goal in zag en zijn kans zou wagen. Dus na nog een stevigere omhelzing, voegde hij er met een scheef glimlachje aan toe: 'Mama... Ik sta ook te trillen op mijn benen... omdat ik de afwas moet doen...'

Goed geprobeerd zoon, maar helaas.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Tot slot: review over burn-out en het onderwijs

Re-integratiefase, 2 maanden actief aan het werk

Welkom